Apium graveolens
Selderij, Apium graveolens
| Nederlandse naam | : Selderij |
| Latijnse naam | : Apium graveolens |
| Familie | : Schermbloemigen (Apiaceae) |
| Soort | : overblijvend |
| Toepassing | : Keukenkruid |
| Standplaats | : Zon – Halfschaduw |
Vindplaatsen
De wilde vorm van tuinselder heeft zijn oorsprong in het gebied rond de Middellandse Zee en is tegenwoordig enkel nog aan de Europese kusten te vinden. Als keukenkruid en als geneeskrachtige plant had deze vitaminerijke groente en kruid al een vaste plek veroverd bij de Grieken en Romeinen.
Kenmerken
Selderij heeft geen knollen, maar smalle, vertakte penwortels. Aan de hoekige stengels zitten diepgroene, sterk ingesneden bladeren die etherische olie bevatten en als kruid gegeten worden. Vanwege zijn vorstgevoeligheid wordt dit kruid als een éénjarige beschouwd. De grote witte bloemschermen komen meestal enkel voor bij selderij die als meerjarige plant wordt gekweekt.
Plantplaats
Selderij heeft veel voeding nodig uit de grond die bovendien niet snel mag uitdrogen. Ook heeft de plant genoeg zon nodig voor de ontwikkeling van het aroma.
Teelt
U kunt het snelst oogsten als u de zaadjes vroeg in het voorjaar in huis uitzaait en laat ontkiemen. De zaailingen dan verspenen en in mei uitzetten in volle grond. Een afstand van 15 cm is genoeg. De grond moet onkruidvrij en los gehouden worden. In de zomer rijkelijk begieten.
Oogst
De bladeren kunnen steeds vers worden geplukt en direct gebruikt. Gedroogde en ingevroren selderij behoudt geur en smaak.
In de keuken
De blaadjes, zowel vers als gedroogd of ingevroren, geven sausen, eenpansgerechten en soepen smaak. Ze zijn onontbeerlijk in de soepgroenten.
U kunt veel meer informatie over planten krijgen, thuis in uw mailbox!
Lees meer hierover: GRATIS TuinInfo!
