Anethum graveolens
Dille, Anethum graveolens
| Nederlandse naam | : Dille |
| Latijnse naam | : Anethum graveolens |
| Familie | : Schermbloemigen (Apiaceae) |
| Soort | : eenjarig |
| Toepassing | : Keukenkruid, Sierwaarde |
| Standplaats | : Zon |
Vindplaatsen
Anethum graveolens was reeds bij de Egyptenaren en Romeinen een geliefd keuken- en geneeskrachtig kruid. Dit kruid heeft een vermoedelijke oorsprong in Voor-Azïe. Nadat monniken het in de vroege Middeleeuwen in Europa hadden ingevoerd, raakte het ook in onze streken wijdverbreid.
Kenmerken
Het éénjarige dille wordt nogal eens met venkel verward als men alleen kijkt naar het uiterlijk van de plant. Dille kan tot 1 m hoog worden en heeft holle takken waaraan zachte, geveerde blaadjes prijken. Midden in de zomer verschijnen talloze gele bloemschermpjes, waaraan later de bekende dillezaadjes rijpen. Deze zijn bijna rond en vallen bij het drogen in twee delen uiteen. De vele etherische oliën die dille bevat geven het kruid zijn unieke geur en smaak.
Plantplaats
Dille heeft behoefte aan warmte en zon en wil graag vanwege zijn tere verschijning uit de wind staan. Op zo’n plaats komt ook het aroma het best tot zijn recht. Dille neemt genoegen met een voedingsarme grond en wil graag vochtig, maar zeker niet nat staan.
Teelt
Anethum graveolens kan vanaf april in de volle grond worden uitgezet, waarbij u dit best elke 2 tot 3 weken herhaalt, zodat u steeds verse dille tot uw beschikking heeft. Dille is namelijk het meest aromatisch als het bloeit. Als u het kruid wilt voortrekken kunt u het in dichte rijen zaaien. Wilt u echter direct de zaden laten rijpen, kunt u best direct een afstand van 20 cm tussen de zaden aanhouden, omdat het kruid zich met de lange penwortels later slecht laat verplaatsen. Dille staat graag bij groenten: wortelen en augurken vormen prima gezelschap. De grond moet steeds luchtig worden gehouden, zodat het teveel aan vocht kan weglopen. Dille zaait zichzelf gemakkelijk uit en verschijnt daarom het jaar daarop weer vanzelf.
Oogst
Het blad kan de hele zomer worden afgeknipt en meteen vers worden gebruikt. Het is het meest aromatisch bij oogsten na zonnige dagen. Dille laat zich goed drogen of invriezen, maar verliest dan wel aan kracht. De zaden zijn oogstrijp als ze bruin verkleuren. U snoeit de stengels met zaden aan en hangt ze ondersteboven om te drogen. De zaden vallen vanzelf naar beneden als ze droog zijn, men kan er dus best een doek onder hangen.
In de keuken
De verse blaadjes geven smaak aan vis, groente, saus en salades. H et is het best om ze pas te snijden vlak voor het gebruik. Dille mag immers niet meekoken. Het wordt zeer vaak gebruikt voor het inmaken van augurken.
Sierwaarde
Dille is met zijn zachte blad en met de soepele, gele bloemschermen ook in de siertuin een bevallige verschijning. Hij past bijzonder goed in een plantenborder. Tot slot laat dille zich goed verwerken in ruikertjes of tuiltjes bloemen.
U kunt veel meer informatie over planten krijgen, thuis in uw mailbox!
Lees meer hierover: GRATIS TuinInfo!
