Alle dagen open van 9u - 18u, zaterdag van 9u tot 17u
Dinsdag: sluitingsdag
Zon- en feestdagen van 9u - 16u

 

 

ZONDAG 27 MEI (Pinksteren): 9u tot 16u

MAANDAG 28 MEI (Pinkstermaandag): 9u tot 16u

Welke soorten gras worden gebruikt?

Veldbeemdgras

Engels raaigras

Roodzwenkgras

Gewoon struisgras

Veldbeemdgras (Poa pratensis)

Veldbeemdgras (Poa pratensis)is een grassoort die veel gebruikt wordt voor de inzaai van gazon- en sportvelden. Het wordt ook in grasmengsels voor voederdoeleinden gebruikt, maar is in Duitsland voor dit doel veel belangrijker dan in Nederland. In Nederland wordt de soort in weilanden door Engels raaigras weggeconcureerd. Het aantal chromosomen per plant varieert van 2n=28 tot meer dan 100. Veldbeemdgras is dan ook een klonale soort, die zich hoofdzakelijk door zaad via apomixie en vegetatief door ondergrondse uitlopers (rizomen) voortplant. Sommige rassen afkomstig uit de Scandinavische landen vertonen een winterrust, waarbij de bovengrondse bladeren afsterven.

Beschrijving

Veldbeemdgras is een vaste plant, die een dichte zode vormt. Veldbeemdgras wordt afhankelijk van het ras 10 tot 90 cm hoog en bloeit met een pluim in mei tot juni.

Aar

De aartjes hebben 3 tot 5 bloempjes, waarvan de kelk- en kroonkafjes evenlang zijn, ongeveer 3 mm. Het onderste kroonkafje (lemma) is onderaan sterk wollig behaard. De meeldraad heeft ongeveer 2 mm lange, violette helmhokjes.

Blad

Het blad is 2 tot 5 mm breed. De kleur kan afhankelijk van het ras licht- tot donkergroen zijn. Bij de lichtgroene rassen valt het onkruid straatgras in een gazon niet op. De top van het blad is iets naar binnen gebogen en bij gladstrijken scheurt de top en vormt dan een V. Langs de hoofdnerf lopen twee lichte lijnen, die als het blad tegen het licht gehouden wordt goed te zien zijn. Op de grens van bladschijf en bladschede zit een tot ongeveer 1 mm breed tongetje (ligula). De bladschede kan kaal tot wollig behaard zijn.

Deze soort heeft ondergrondse uitlopers en is hierdoor een uitstekende zodenvormer. Veldbeemdgras heeft een goede winterhardheid en kan, zolas de meeste grassen, goed tegen de droogte. Een reden waarom het zoveel gebruikt wordt is zijn tolerantie voor betreding en bespelen. Dit graszaad zit in elke grasmengeling. Het ontkiemd en groeit in het begin traag wat het wel ongeschikt maakt als doorzaaigazon. Zeer kort maaien van het gras wordt ook niet zo goed verdragen.

Ziekten

Veldbeemdgras kan aangetast worden door bladvlekkenziekte (Drechslera poae), bruine-vlekkenroest (Puccinia poae-nemoralis), oranje-strepen roest (Puccinia poarum f.sp. poarum) en echte meeldauw (Erysiphe graminis). De rassen zijn hier verschillend vatbaar voor.

Waardplant

Veldbeemdgras is een waardplant voor de rupsen van de vlinders dambordje, hooibeestje, koevinkje, bruin zandoogje en bleke grasworteluil.

 

Engels raaigras (Lolium perenne)

Engels raaigras (Lolium perenne) is een dichte zodevormende, vaste plant uit de grassenfamilie (Poaceae).

Engels raaigras komt zowel van nature als uitgezaaid in België voor. Het is in niet doorgeschoten toestand een erg voedzaam gras met een hoge voederwaarde. Ook is Engels raaigras zeer betredingsresistent. Het wordt ingezaaid in weilanden, sportvelden en speelgazons. In de laatste twee gevallen heeft een niet scherpe grasmaaier soms wat moeite met de bladeren door de dikke vaatbundels in de nerven, waardoor er zogenaamde vlaggetjes ontstaan.

Naamgeving

De naam Engels raaigras stamt uit de tijd dat het graszaad uit Engeland werd geïmporteerd. De vroegste teelt van graszaad vond reeds plaats begin 1600 in Oxfordshire in Engeland en breidde zich in Engeland sterk uit. Dit zaad werd op het vasteland onder de naam Engelsch raaigras in de handel gebracht.

Beschrijving

De plant wordt 30 tot 60 cm hoog met rechtopstaande, gladde stengels. Het blad is lichtgroen, onbehaard en vettig glanzend. De nerven steken duidelijk boven het bladoppervlak uit. Het wordt tot 20 cm lang. De bladeren zitten in een jong stadium langs de hoofdnerf gevouwen. De schede aan de voet is vaak roze. Het tongetje (ligula) is ringvormig en tot 2 mm hoog.

Aar

De bloeiwijze is een platte aar met een heen en weer gebogen platte spil. De aartjes zitten in pakjes van 8 tot 10 bloempjes en zijn ongesteeld, eivormig en plat. Het aantal pakjes kan variëren van 18 tot 24 per aar. Deze zijn afwisselend geplaatst aan weerszijden van de hoofdas in een kleine uitholling van die as. De kelkkafjes zijn ongeveer 1,5 maal zo lang als de kroonkafjes. Het lemma (onderste kroonkafje) is ongenaald.

Bloeitijd

Van Engels raaigras zijn er verschillende typen voor wat betreft het bloeitijdstip. Het vroegste type (vroeg hooitype) bloeit van half mei tot eind mei. Het late type (weidetype) bloeit in de eerste helft van juni. Na maaien of beweiden kan alleen het vroeg hooitype nog een keer in bloei komen.

Typen

Bij Engels raaigras kunnen de volgende typen worden onderscheiden naar gebruik en naar doorschietdatum (tijdstip van in bloei komen):

Voedertype
  • Vroeg hooitype
  • Laat hooitype
  • Weidetype
Gazon- en sportveldtype

Binnen de voedertypen zijn er diploïde en tetraploïde rassen.

De vorm van de planten varieert in het vegetatieve stadium van zeer plat tot sterk rechtop groeiend. De vroege hooitypen hebben een meer rechtopgroeiende vorm en bij de weidetypen komen meer platgroeiende vormen voor, vooral bij planten in oude weilanden. Door begrazing zijn deze typen overgebleven, omdat van dit type relatief minder kan worden afgegraasd.

De gazontypen blijven laag en stoelen sterk uit (dwz dat ze aan de grond zijscheuten krijgen). Door het uitstoelen krijgt men een mooie dichte zode met een goede draagkracht dwz zeer goed bestand tegen betreding en bespeling. Hierdoor is dit het belangrijkste graszaad voor gazonmengsels. Ze hebben een zeer vlotte opkomst zodat ze uitermate geschikt zijn voor doorzaai. Engels raaigras kan perfect tegen kort maaien en vraagt een regelmatige stikstofbemesting.

Ziekten

Engels raaigras kan vooral in de nazomer sterk aangetast worden door kroonroest (Puccinia coronota f.sp. lolii). Er zijn grote rasverschillen in resistentie tegen kroonroest.

 

Roodzwenkgras (Festuca rubra)

Roodzwenkgras (Festuca rubra) is een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie (Gramineae oftewel Poaceae: beide namen zijn toegestaan).

Beschrijving

Gewoon roodzwenkgras en roodzwenkgras met fijne uitlopers wordt veel gebruikt voor de aanleg van gazons. Roodzwenkgras kan goed tegen schaduw en groeit goed op zowel kleigrond als op arme, droge zandgrond. Op kleigrond kan het gewoon struisgras verdringen.

Blad

Het blad van vegetatieve spruiten is ingerold of min of meer vlak en 0,6 tot 1,3 mm breed. Op het blad zitten meestal 5 nerven met naast de randen nog 2 zeer zwakke nerfjes. De bladschede is meestal behaard en het tongetje is ongeveer 0,2 mm breed.

Aar

Roodzwenkgras bloeit in mei met een pluimvormige bloeiwijze. De ongeveer 17 mm lange aartjes hebben 5 tot 7 bloempjes met ongelijke kelkkafjes. Het langste kelkkafje is ongeveer 6 mm en het kortste 4 mm lang. Het onderste kroonkafje (lemma) is 5 tot 8 mm lang en heeft een tot 3 mm lange kafnaald. De meeldraad heeft lichtgele of paarse, 4,5 mm lange helmhokjes. De vrucht is een graanvrucht.

Variëteiten

Bij roodzwenkgras worden drie variëteiten onderscheiden:

  • Gewoon roodzwenkgras (Festuca rubra var. commutata)

Gewoon roodzwenkgras vormt zeer fijne bladeren en een zeer dichte zode.

  • Roodzwenkgras met fijne uitlopers (Festuca rubra var. trichophylla)

Dit type maakt korte ondergrondse uitlopers, vormt een zeer dichte zode en zeer fijne bladeren. Door de uitlopers kan het makkelijk open plekken opvullen. Is naast het gebruik voor gazons ook zeer geschikt voor de inzaai van bermen, omdat het zout, dat voor de gladheidbestrijding wordt gebruikt, goed kan verdragen.

De voorgaande soorten zijn zeer geschikt voor gebruik in siergazons. De volgende soort wordt meer gebruikt voor extensiever grasgebruik. Roodzwenkgras met forse uitlopers verdraagt heel goed droogte.

  • Roodzwenkgras met forse uitlopers (Festuca rubra var. rubra)

Dit type maakt lange ondergrondse uitlopers, vormt een minder dichte zode en verdraagt kort maaien minder goed dan de andere typen van roodzwenkgras. Ook zijn de bladeren minder fijn dan van de andere twee typen.

Alle soorten roodzwenkgras hebben een vrij trage groei, kunnen tegen schaduw maar hebben een lage tolerantie voor bespeling. Ze kunnen wel kort gemaaid worden en de 2 soorten met uitlopers hebben een goede herstelgroei en worden gebruikt in doorzaai gazonmengsels.

Ziekten

Roodzwenkgras kan aangetast worden door de schimmelziekte rooddraad (Corticium fuciforme), waardoor de bladpunten afsterven. De ziekte kan herkend worden aan de rode schimmeldraden, die aan de bladpunten ontstaan.

Waardplant

Roodzwenkgras is een waardplant voor de Kleine argusvlinder.

 

Gewoon struisgras (Agrostis capillaris)

Gewoon struisgras (Agrostis capillaris) is een vaste plant uit de grassenfamilie (Poaceae). In het wild groeit Gewoon struisgras niet alleen op vochtige plekken, maar ook op normaal vochthoudende gronden in weilanden, in wegbermen en in het bos. Ook komt het voor op ietwat zure gronden van heide en veengebieden. Tijdens droogte blijft Gewoon struisgras lang groen. Daarnaast is het één van de belangrijkste grassoorten voor gazons en is het zeer goed geschikt voor de greens van golfvelden.

Beschrijving

De plant wordt 10 tot 70 cm hoog, vormt een dichte zode en vormt soms korte bovengrondse uitlopers. De plant heeft lange, ondergrondse uitlopers. De gladde stengels kunnen aan de onderste één of twee knopen wortels vormen. Gewoon struisgras bloeit begin tot half juni. De bloeiwijze is een pluim. De bruine pluimen van aren vallen in de weide goed op.

Blad

De bladeren zijn lichtgroen, fijngepunt en onbehaard; de lengte is maximaal 15 cm en de breedte 5 mm. Vaak zijn de bladeren een beetje opgerold. Het tongetje (ligula) is ringvormig en maximaal 2 mm lang.

Aar

De plant bloeit met een 5 tot 15 cm lange pluim. De aartjes zijn eenbloemig en 2 tot 4 mm lang. Eerst zijn ze groen, maar na verloop van tijd worden ze purperachtig bruin. De aartjes zijn allemaal gelijk. Het lemma is ongenaald of met een korte naald nabij de top.

Vrucht

De vrucht is een graanvrucht.

Gazon

Gewoon struisgras kan zeer goed tegen kort maaien, vormt een zeer dichte zode en heeft een groot herstellingsvermogen. De plant kan echter slecht tegen betreden. Is hierdoor zeer geschikt voor siergazons en greens, maar ongeschikt voor speelgazons.

Ziekten

Ronde-plekkenziekte (Gaeumannomyces graminis var. avenae) is een schimmelziekte die vooral kan optreden in nieuw aangelegde gazons op zandgronden met een hoge pH. De voetrot (Fusarium culmorum) veroorzaakt in de zomer tijdens droogte lichtbruine plekken in het gazon. De voetrot of sneeuwschimmel (Gerlachia nivalis) is vooral in de herfst en winter actief en vormt een wit, slijmerig schimmelpluis.

Print Bookmark Marechal.be

 

Geraniums

Superpromoties voor de zomerbloeiers!

€ 0.69

 

Bekijk Onze BLOG!

Elke week verschillende nieuwe artikels, promoties, tips, ...

 

Desk02 Webdesign
Hide me
Hulp nodig voor in de tuin? Schrijf je in voor onze Tuininfo!
Voornaam Achternaam Email  
Show me