Alle dagen open van 9u - 18u, zaterdag van 9u tot 17u
Dinsdag: sluitingsdag
Zon- en feestdagen van 9u - 16u

 

 

Bij ons kunt u alles ZELF uitkiezen en direct meenemen! Dit heeft vele VOORDELEN voor u ...

Rode Biet

 

Dit is een uittreksel uit het Handboek 'Ecologisch Tuinieren'.
Meer informatie vindt u hier: Samenwerking Velt - Tuincentrum Maréchal.

 

Rode Biet

Beta vulgaris var. esculenta
Ganzenvoetfamilie

Rode Biet

De rode biet wordt nog bedacht met andere namen, zoals kroot, tuinbiet, bietwortel, keukenbiet of salaadbiet. De stamhouder van alle bieten is de strandbiet, een wilde plant uit het Middellandse-Zeegebied. Reeds voor onze jaartelling ontstonden daaruit als groente gekweekte soorten. Momenteel kennen we nog snijbiet (warmoes) en rode biet. Voederbiet en suikerbiet behoren tot dezelfde soort, maar worden niet bij de groenten gerekend.

Rode biet is een tweejarig gewas dat in het eerste jaar een donkerrood gekleurde, vlezige penwortel aanmaakt. De vorm ervan kan rond, platrond of langwerpig zijn.

Naast rode bieten vind je bij sommige zaadhuizen ook witte en gele bieten.

Wanneer het op eten aankomt, kan de rode biet op hevige supporters rekenen maar ook op felle tegenstanders. Die laatste verwijten hem zijn grondsmaak. Hoewel daar geen onderzoek over werd gedaan, komt het ons voor dat de mate waarin de vervelende grondsmaak zich voordoet alles te maken heeft met bodem, rassen of teeltwijze.

 

1. Teeltwijzen

Vroege teelt

De vroege teelt, met zaaibeurten van half maart tot half april, is bedoeld om vanaf half juni tot in de volle zomer verse bietjes te oogsten. Voor deze teelt moet je rassen kiezen die niet schietgevoelig zijn en snel een knol vormen. Het meest geschikte type is Egyptische Platronde. Hetzelfde ras kan je nog vroeger uitzaaien: vanaf half februari onder warm glas of binnenshuis, of begin maart in de koude bak. In beide gevallen zaai je in potjes of perspotjes en plant je die uit in de loop van april. Jonge rode bietjes laten zich redelijk goed uitplanten maar perspotjes maken het toch gemakkelijker.

Normale teelt

Zaai vanaf half april tot begin juli om de eerste bietjes te oogsten in augustus en september. Wat overblijft, kan je voor de wintervoorraad in de grond laten tot half november.

In de loop van juni kan je ook nog zaaien maar dan uitsluitend voor de wintervoorraad die je dan in oktober en november kan oogsten.

 

2. Bodem

Grond voor rode bieten moet behoorlijk vochthoudend zijn en goed verlucht. De beste bieten worden op humusrijke klei- en leemgronden met een goede bodemstructuur geteeld. Naar de pH toe zijn rode bieten niet veeleisend. Zo gaat de teelt goed op zandgronden met een pH(KCl) van 5 tot 5,5 maar ook op leem- en kleigronden met een pH(KCl) van 6,5 tot 7.

 

3. Zaaien

Wat meestal het zaad van de biet genoemd wordt, is eigenlijk een vrucht of vruchtkluwen. Het kurkachtig omhulsel bevat één tot vijf zaden, met een gemiddelde van 3 zaden per kluwen. Dat geeft bij het uitdunnen (zie Teeltzorgen) extra werk. De zogenoemde monogerme variëteiten hebben daarentegen maar één zaad en hoeven dus minder uitgedund te worden. Bij beide teeltwijzen is 30 cm de meest gebruikelijke afstand tussen de rijen.

Voor de zomerteelt leg je een kluwen om de 5 cm in de rij. Na opkomst ga je dan uitdunnen tot op 10 cm.

Voor de vroege teelt gebruik je wat meer zaad omdat het risico op slechte kieming groter is. Om de opkomst te versnellen kan je het zaad voorweken. Na het zaaien van rode biet moet je de grond altijd goed aandrukken.

 

4. Teeltzorgen

Naast hakken en wieden is vooral het uitdunnen van belang. Van de drie plantjes die uit één vruchtkluwen komen, mag er maar eentje doorgroeien. Vandaar ook de term op één zetten. Het is een fijn werkje om de twee plantjes uit de grond te prutsen, zonder het ene overblijvertje los te rukken. Druk het in ieder geval altijd weer goed aan. De gemiddelde afstand waarop uitgedund wordt is 10 cm maar ook andere afstanden zijn gebruikelijk. Het hangt er allemaal van af wat voor bieten je hebben wil. Als je uitdunt tot op 5 cm, blijven de bietjes uiteraard klein. Dun je uit tot op 15 of 20 cm, dan krijg je dikke zware bieten, die niet in ieders keuken een toepassing vinden.


6. Oogst en bewaring

Rode bieten kan je gewoonlijk zonder moeite uit de grond trekken. Hoe jonger je ze oogst, hoe malser ze zullen zijn.

De oogst voor de wintervoorraad begint in oktober en loopt door tot half november. Het loof laat je er het best aan tot het verwelkt is. Daarna draai je het eraf. Op die manier beschadig je de groeipunt niet. Dat is belangrijk voor de bewaring want dan kunnen de bieten weer een beetje blad vormen. Ze blijven aan de groei en worden dus zeker niet slecht.

Om te bewaren kuil je ze in. Strooi er grond tussen om ze vochtig te houden want als ze uitdrogen, worden ze ongenietbaar vezelig. Je kan ze ook in een kist met zand bewaren. In geen geval mag de vorst bij de bieten kunnen. Enkele graden boven nul is de beste bewaartemperatuur.

 

Print Bookmark Marechal.be

 

Geraniums

Superpromoties voor de zomerbloeiers!

€ 0.69

 

 

Waarom Plantencentrum Marechal

Desk02 Webdesign