2015

Op dit moment hebben wij geen events gepland staan.

| Vanwege de aanval van een vijandig tuincentrum zijn we verplicht om ons sortiment tijdelijk te beperken tot enkel planten uit onze eigen kwekerijen. Lees het volledige bericht hier.

NUTTIGE INFORMATIE

Hoe leg ik een Japanse tuin aan?

Informatie


Inleiding

Japanse tuinen hebben een speciale aantrekkingskracht op mensen. Zeker de foto’s van de authentieke Japanse tuinen zijn dikwijls van een overweldigende schoonheid.

Wat dikwijls niet geweten is, is de tijd, het geduld en de precisie waarmee deze tuinen zijn aangelegd. Ook heeft elke soort van tuin een betekenis, hebben de manier waarop objecten geplaatst worden een betekenis en zit er hele symboliek in zo’n tuin. Een Japanse tuin is iets dat je in principe niet kunt aanleggen indien je niet intensief en gedurende een lange periode bezig bent geweest met de Japanse cultuur, levenswijze en geschiedenis.

Tuin zonder betekenis

In de westerse wereld zit er in een tuin meestal geen symboliek en gaat men enkel voor uiterlijke schoonheid. Daarom is voor de meeste mensen die een Japanse tuin willen aanleggen het gebrek aan achterliggende kennis geen probleem. Om toch een beetje achtergrond en duiding te brengen over de geschiedenis en de betekenis van de verschillende Japanse tuinen hebben we deze informatie voor je samengesteld.

Allereerst een korte geschiedenis en beschrijving van verschillende soorten tuinen.
Dan worden veel voorkomende objecten van Japanse tuinen besproken en als laatste volgen tips en instructies om zelf een Japanse tuin aan te leggen.

Uchiyama
Deze informatie is niet mogelijk zonder de uitgebreide kennis van Uchiyama. Alle informatie die je hier vindt, is neergeschreven door Uchiyama. Uchiyama is een Nederlander die gefascineerd is door Japan. Hij heeft de website www.uchiyama.nl ontwikkeld.
Hierin staat een zee aan informatie over het fascinerende land Japan, een uitgebreid gedeelte over de Japanse tuin en de gebruiken en tips voor het zelf aanleggen van een Japanse tuin.

japanse tuin aanleggen
Afbeelding: Japanse tuin.

Inleiding

De Japanse tuin is ook in het westen zeer populair en dat is niet zo verwonderlijk, gezien de eenvoud en rust die deze tuinen over het algemeen uitstralen. Er bestaat echter niet zoiets als dé Japanse tuin, maar er zijn verschillende typen, zoals tuinen om in te wandelen en tuinen om bij te mediteren.

Beide typen zijn ook in het westen bekend en worden hier ook aangelegd, al vereist de aanleg van een ‘echte’ Japanse Zen-tuin veel achtergrondinformatie en een goed inzicht in de Japanse symboliek die hier veel gebruikt wordt.

Geschiedenis

Voor de oorsprong van de Japanse tuin moeten we, net als bij de geschiedenis van muziek en dans, terug naar de vroege shintô-tijd (tot ongeveer de achtste eeuw). Shintô had een diepe impact op de mens. Onbegrepen fenomenen als ziekten, overstromingen, aardbevingen, slecht weer met daardoor slechte oogsten werden toegeschreven aan de grillen van de kami (shintôgoden).

De goden gunstig stemmen door offeren, dansen en muziek maken is iets dat we natuurlijk in veel godsdiensten terugvinden en dus ook bij shintô. Deze dansfeesten werden meestal op het terrein rond de shintôtempel uitgevoerd en we vinden dan ook rond deze shintôtempels natuurcreaties terug met zaken als stenen, waterpartijen met eilandjes, bomen.

Bedenk dat stenen en bomen in het shintô een grote rol spelen omdat hier de ‘kami’ kunnen wonen. Nog steeds zien we in Japan bijzondere bomen en stenen die als heilig worden beschouwd.

De contacten met China en Korea en de komst van het boeddhisme (zesde eeuw) beïnvloedden het denken en ook in de aanleg van tuinen zien we boeddhistische elementen komen. Het keizerlijk hof begint dan ook met de aanleg van siertuinen waarbij door de vele voorbeelden van boeddhistische tuinen in China de invloed van het boeddhisme, ook in de tuinarchitectuur, steeds groter wordt.

Nara-periode

Aanvankelijk hebben particulieren nog helemaal geen eigen tuinen maar met name tijdens de Nara-periode (710-794) als de hoofdstad Nara helemaal opnieuw wordt gebouwd en aangelegd, begint de dan nog machtige aristocratie met het aanleggen van tuinen bij hun woningen, waarbij men veel gebruikt maakt van water, eilandjes en bruggen. Elementen die we nog steeds terugvinden in de Japanse tuin.

Verdere verfijning van de tuinarchitectuur vindt plaats tijdens Heian-periode (794-1185, als Heian, het huidige Kyoto, hoofdstad is) als het hofleven zich wentelt in allerlei kunstvormen, als kalligrafie en poëzie.

In 1191 wordt het zenboeddhisme geïntroduceerd door de monnik Eisai en als tijdens de Kamakura-periode (1185-1333) een burgeroorlog door Japan woedt, wordt de meditatietuin populair.

Muromachi-periode

Daarna breekt er een periode van relatieve rust aan tijdens de Muromachi-periode (1333-1573). De populariteit van de meditatietuin verschuift naar andere zaken als de theeceremonie (hoewel deze nog steeds een hechte verbinding heeft met het zenboeddhisme) met een daarbij behorende theetuin. Nu worden ook de gebouwen als paviljoens en theehuisjes bepalend voor de uitstraling van de tuin.

De theetuin rond het theehuisje was zeer belangrijk en diende om de geest vast voor te bereiden, zodat men de theeceremonie in rust en met de juiste geestelijke kracht en instelling kon bijwonen.

Een dergelijk pad naar het theepaviljoen diende als het geestelijke pad dat men diende af te leggen.

Het diende om de wereld achter je laten en in de juiste geestestoestand het paviljoen te betreden, zonder wapens, door een lage ingang, zodat iedereen moest bukken om zich van zijn eigen nederigheid bewust te zijn. Het toegangspad naar het theepaviljoen werd, voordat de gasten kwamen, zeer zorgvuldig schoongemaakt. Omdat men echter niet van perfectie houdt, werden er alsnog één of twee bladeren bewust neergelegd.

Pas in de Edo-periode (1603-1868) komen er kleine(re) stadstuinen en wandeltuinen. Niet alleen is nu de symboliek belangrijk, maar ook heeft men meer oog voor fraaie composities in de tuin.

Type Japanse tuinen en kenmerken

Men onderscheidt:

  1. De ‘landschapstuin’ of ‘tsukiyama’. ‘tsukiyama’ betekent ‘kunstmatige heuvel’.
  2. De ‘droge tuin’ of ‘karesansui’. ‘sansui’ betekent letterlijk ‘berg-water’ maar staat voor ‘landschap’. ‘kare’ komt van het werkwoord ‘kareru’ dat ‘verdorren’ of ‘verdrogen’ betekent. Dit type tuin wordt ook wel zentuin genoemd, vanwege de meditatieve functie.
  3. De ‘theetuin’ of ‘chaniwa’. ‘cha’ betekent ‘thee’ en ‘niwa’ betekent ‘tuin’.
  4. De ‘binnentuin’ of ‘tsuboniwa’.
  5. De ‘wandeltuin’,of ‘kaiyûshiki’, eigenlijk een tussenvorm tussen de landschapstuin en de theetuin.

Hoewel geen type tuin, noemen we hier nog als vreemde vorm: Het ‘geleende landschap’ of ‘shakkei’.

Hieronder worden de verschillende kenmerken van de tuinen beschreven:

  1. Tsukiyama-tuin (landschapstuin)
    Tsukiyama betekent ‘kunstmatige heuvels’ en dit is dus het type tuin waarin kunstmatige heuvels mogelijk zijn. Dit betekent dat het over het algemeen grote tuinen zijn, tuinen met echte landschappen, ’t liefst met bijv. een brug, met een waterval en met wandelpaden. Overigens zien we deze tsukiyama ook bij de hieronder te bespreken wandeltuinen.
  2. Karesansui-tuin (zentuin)
    Dit type tuin is ontstaan vanuit het zenboeddhisme waarbij immers de meditatie een belangrijke rol speelt. De karesansui of droge tuin is geen tuin om in te lopen maar om bij te zitten en kijkend naar de tuin te mediteren.

De tuin is dan ook meestal een onderdeel van een tempel en er is een soort verhoging of veranda omheen gebouwd zodat eenieder daar rustig kan zitten mediteren. Het is meestal rechthoekig waarbij het grootste deel uit fijn grind bestaat en een enkele keer zand.

Men kan dit fijne grind of zand vaak zien schitteren in het zonlicht omdat er kleine stukjes mica in vermengd zijn. In het grind zijn kleine eilandjes aangebracht van aarde waar mos opgroeit met enkele grote stenen, meestal een oneven aantal.

Het grind wordt elke dag door monniken geharkt met een zeer groftandige hark waardoor de illusie van zeegolven ontstaat. De eilandjes met de stenen kunnen allerlei symbolische betekenissen hebben, zoals een schip of een Boeddha.

Soms worden er kleine landschappen met watervallen nagebootst. Vaak is er een heuvel(tje) gemaakt dat dan de bekende berg Fuji voorstelt. Door weerkaatsing van het maanlicht op het glinsterende grind of de zandheuvel kunnen ’s avonds hele mooie effecten ontstaan.

Een van de beroemdste kare sansui tuinen is natuurlijk de tuin van de Ryoanji (tempel) in het noordwesten van Kyoto. Hier liggen 15 stenen, waarvan iedereen de eigen symboliek mag bedenken. Het is niet mogelijk om alle15 stenen tegelijk te zien, behalve natuurlijk vanuit de lucht.

Een andere beroemde tuin is die van de Ryogen-in, een onderdeel van Daitokuji, ook in Kyoto.

  1. Chaniwa (theetuin)

De theetuin stamt uit de Momoyamaperiode (1573 – 1600) en bestaat in principe uit het pad dat naar de theehuis leidt.

Het is echter de bedoeling dat de gast, al wandelende naar het theehuis, met zijn gedachten het dagelijkse leven achter zich kan laten. Door bochten in het paadje te maken en de beplanting te variëren loopt men van het ene fraaie tafereeltje in het andere en aldus kan men zijn geest leeg maken waardoor men klaar is voor de theeceremonie.

De hele tuin straalt rust uit, mede door de gekozen beplanting. Het pad wordt door de gastheer schoongeveegd, maar omdat het pas perfect is als het niet helemaal perfect is, laat de gastheer een paar mooie bladeren liggen of schudt nog even aan een boom zodat er nog een paar blaadjes vallen.

Als de gastheer klaar is met zijn voorbereidingen voor de theeceremonie, en de gasten kunnen komen, besprenkelt hij het pad met water en weten de gasten dat zij welkom zijn.

Een andere Japanse naam voor de chaniwa is ‘roji’. De betekenis is afhankelijk van de tekens (kanji) die men gebruikt en kan zijn: pad, laan, grondpad maar ook bedauwd pad. Deze betekenis had het waarschijnlijk oorspronkelijk, mogelijk ligt hier ook de verklaring voor het besprenkelen van het pad.

Was het aanvankelijk het pad dat zo genoemd werd, nu is ‘roji’ de naam voor de hele tuin.
Langs het pad staan vaak een paar stenen lantaarns, maar niet teveel. Bij het theehuis staat een tsukubai of waterbassin, waarin steeds vers water stroomt en men de handen en de mond kan reinigen voordat men deelneemt aan de ceremonie. Bij de tsukubai ligt dan een enkele mooie rode Camelliabloem ter verwelkoming van de gasten.

  1. Tsuboniwa (binnentuin)
    In de Heianperiode ontstonden kleine tuinen op de binnenplaatsen van de grotere huizen. Het waren maar kleine tuintjes van slechts een paar m², die waren omringd door muren. Tsubo is een oude oppervlaktemaat die overeenkomt met ong. 3 m². Men plantte er laagblijvende planten en mos, soms een enkele boom en er kwam ook grind in de tuin. Hoewel aanvankelijk alleen bedoeld als kijktuin kwamen er later ook stapstenen en werden het hele kleine wandeltuintjes.
  2. Kaiyûshiki (wandeltuin)
    De wandeltuin is een tussenvorm van een landschapstuin en de theetuin. Ze ontstonden in de Edoperiode toen de daimyô (landheren) tuinen gingen aanleggen. Net als in de landschapstuinen zien we ook hier de waterpartijen met bruggen, wandelpaden, watervallen en liefst nog een theepaviljoen.  Een mooi voorbeeld van een wandeltuin is de Kenrokuen (Kenroku-en) in Kanazawa.

Shakkei (geleende landschappen)
In veel tuinen wordt heel creatief gebruik gemaakt van ‘geleende landschappen’ of ‘shakkei’. Hierbij benut men de bestaande landschappen, zoals heuvels, bomen, watervallen of zelfs bergen in de verte, die dan deel lijken uit te maken van het geheel. In Koraku-en, de tuin in Okayama, wordt het kasteel als geleend landschap gebruikt. Het kasteel hoort niet bij de tuin, het staat aan de andere kant van de rivier.

Bovenstaande tuinstijlen worden tegenwoordig gezien als hoofdstijlen maar er zijn natuurlijk allerlei combinaties en varianten op deze stijlen te zien. De droge tuin wordt nog wel eens gecombineerd met een wandeltuin.

Afhankelijk van het type tuin komen volgende zaken voor:

ishidôrô (stenen lantaarn)

De ishidôrô zijn waarschijnlijk hier de meest bekende ornamenten uit de Japanse tuin. Ze zijn er in allerlei soorten en maten. Er zijn geen echte regels voor welk type waar gebruikt moet worden. Voor uw eigen tuin geldt: neem niet te grote en niet teveel lantaarns. Het kan erg mooi zijn om rond de lantaarn een mostapijt aan te leggen. Ook het laten begroeien van de lantaarn met mos staat erg mooi. Dit kan gestimuleerd worden door met name horizontale delen met een zurig medium, bijv. yoghurt, in te smeren.

 ishidôrô (stenen lantaarn) japanse tuin
Afbeelding: ishidôrô (stenen lantaarn).

tsukubai (waterbassin) en chôzubachi

Bij het betreden van het theehuis (chashitsu) dient men zich geestelijk en lichamelijk voorbereid te hebben. Dit wordt enerzijds bereikt door een wandeling door de fraaie theetuin en daarnaast dient men vlak voor het betreden van het theehuis de handen en de mond te reinigen. Hiertoe staat een tsukubai bij het theehuis, deze staat laag opgesteld zodat men moet buigen om dit ritueel te kunnen volbrengen. Letterlijk betekent tsukubai ‘een plaats waar men bukt’. Ook de ingang van het theehuis is laag gehouden zodat deze alleen gebogen betreden kan worden, dit alles om de mens’ nederigheid te beklemtonen.
De tsukubai is afgeleid van de chôzubachi, een reinigingsplek bij een tempel. De tsukubai werd lager gemaakt, waardoor men gedwongen werd om te bukken. Tegenwoordig wordt het bassin zelf chôzubachi genoemd en de gehele opstelling heet dan tsukubai. De beste plek voor een tsukubai is bij het theehuis maar als die er niet is kan het bijv. aan het begin of het einde van een pad.

tsukubai japanse tuin
Afbeelding: tsukubai.

tobi-ishi (stapstenen)

Deze zijn bedoeld voor het wandelpad. Ze kunnen rond zijn, maar meestal zijn ze rechthoekig en liggen iets verhoogd boven de grond. Liefst van boven vlak, maar licht onregelmatig. De tussenliggende grond kan bestaan uit aarde, grind of bijv. mos. Soms liggen ze in het water.

chashitsu (theehuis)

Kleine traditionele, met tatamimatten bevloerde ruimte, waar de gastheer op zeer traditionele wijze een theeceremonie houdt. De gasten, bij voorkeur 4, dienen zich op je juiste wijze voor te bereiden.

terras of vlonder

Liefst van hout (hardhout) eventueel geverfd (vraagt veel onderhoud). Erg mooi is als de vlonder zweeft boven een veldje van fijn grind.

shishiodoshi bamboeklapper

Dit is dus de bekende bamboeklapper. Door het zich regelmatig vullen van een bamboepijp met water, kantelt deze en slaat met een klap op een steen. Aanvankelijk bedoeld om beesten weg te jagen. In een niet al te grote privétuin moet je bedenken dat een dergelijk geluid op den duur kan irriteren. In tegenstelling tot het geluid van de kakehi is dit van de shishiodoshi niet rustgevend en past het dus niet in een theetuin.

shishiodoshi japanse tuin
Afbeelding: shishiodoshi bamboeklapper.

kakehi (wordt ook wel eens als kakei vertaald)

Een bamboepijp waardoor continu een kleine hoeveelheid water stroomt. De kakehi kan uitmonden boven een vijver of bijv. boven een tsukubai. Het geruis is rustgevend en past in een theetuin.

tome-ishi

Al wandelend kun je in een tuin een zijpad zien waar in het midden van het begin van het zijpad een steen ligt met zwart draad omwikkeld, op een wijze zoals wij wel een touwtje om een doos doen. Dit betekent dat je dit pad niet mag betreden. Voor een gastheer van een theehuis is dit een manier om de juiste weg aan te geven naar het theehuis.

tome ishi japanse tuin
Afbeelding: tome-ishi.

waterpartij, bijv. een waterval en brug(gen)

Meestal vindt je een vijver (of een meer, afhankelijk van de grootte van de tuin) met een stromend beekje en bijbehorende brug(getjes).

stenen en/of grindpartij

Deze zijn vaak symbolisch en simuleren dan grote rotsen of water.

Zelf een Japanse tuin aanleggen

Inleiding

Kan dat zomaar, een eigen Japanse tuin aanleggen? Om met de deur in huis te vallen: nee, eigenlijk kan dat niet. De echte Japanse tuinen hebben veelal een bepaalde achtergrond of symboliek in het ontwerp en er zijn bepaalde ideeën in het ontwerp verwerkt.
De goede ontwerpers of architecten van Japanse tuinen hebben een jarenlange studie en/of ervaring op dit gebied en weten wat wel of niet kan of past. Voor de gemiddelde tuinier is dat niet gauw weggelegd. Toch willen velen een eigen min of meer Japanse tuin en vinden het ontbreken van enige symboliek of achtergronden geen echt groot probleem. Naar ons idee is het dan aan de tuinier zelf hoe hij het uitvoert, als hij tenslotte zelf maar tevreden is met zijn tuin. We zullen hier proberen enige tips te geven.

Praktische wenken voor een Japanse tuin

De Japanse tuin straalt een zekere rust uit, die in deze drukke tijden erg weldadig kan zijn.

Bovendien willen veel mensen weer eens wat anders dan de traditionele Nederlandse, Engelse of Franse tuin, maar dat is natuurlijk mede afhankelijk van de wensen en ideeën van degene die de tuin aanlegt en eventuele andere huisbewoners. We moeten bedenken dat de Japanse tuin veel minder bloeiende bloemen kent of onze traditionele bollen. Men zoekt het veel meer in de fijne kleurnuanceverschillen in de struiken en bladeren.

Het is weliswaar moeilijk om een ‘echte’ Japanse tuin aan te leggen met al zijn specifieke eisen en symbolieken, maar met wat aanpassingen is een vergelijkbare tuin te creëren. Eén van de moeilijkheden is dat niet alles hier zo maar groeit zoals in Japan.

Bijv. mos wil het hier niet altijd doen, maar dan kunnen we lage bodembedekkers gebruiken. Het snoeien van bomen op de Japanse wijze wil nog wel eens problemen geven omdat er hier weinig over in boeken gepubliceerd is. Kopen van dergelijke (grote) bomen kan wel maar dat is meestal erg duur.

Soms ziet men ook wel de ‘droge’ tuin aangelegd, meestal in een voortuin, die we toch niet als wandeltuin gebruiken. Immers, de droge tuin is een tuin waar men bij kan zitten, liefst vanaf een soort verhoging of veranda kan mediteren, maar waar niet in wordt gewandeld.

We moeten dus eerst kijken wat voor soort tuin: in de voortuin zou een droge tuin kunnen maar in de achtertuin, waar we tenslotte ook willen lopen, kan een kleine wandeltuin komen.

Terug naar


Informatieoverzicht

Delen