2015

Op dit moment hebben wij geen events gepland staan.

| Door omstandigheden zijn we verplicht om ons sortiment tijdelijk te beperken tot enkel planten uit onze eigen kwekerijen. Lees het volledige bericht hier.

NUTTIGE INFORMATIE

Alles over de vlindertuin. Met welke planten lok ik vlinders naar mijn tuin?

Informatie


Vlinders zijn fascinerende dieren en vaak ook heel mooie verschijningen. Ze spreken tot de verbeelding van velen. Als je een eigen vlindertuin aanlegt kun je deze mooie dieren dikwijls en van dichtbij observeren.

Je moet zorgen voor een aantal zaken die vrij eenvoudig te realiseren zijn, ook in een kleine tuin:

-voedsel voor rupsen – waardplanten
-voedsel voor vlinders – nectarplanten
-tuininrichting – warmte en beschutting
-structuur en variatie
-overwinteringsplaatsen

Voedsel voor rupsen – waardplanten

Vlinders fladderen vrolijk van bloem naar bloem om nectar te drinken en zijn  vaak tevreden met verschillende soorten bloeiende planten. Rupsen zijn heel wat minder mobiel en ze zijn dikwijls bijzonder kieskeurig. Vlinders moeten ervoor zorgen dat ze hun eitjes leggen op de plant die de rups graag eet. Wanneer de rupsen dan uitkomen, vinden ze een overvloed van hun favoriete hapje.
De planten waarop vlinders hun eieren leggen worden waardplanten genoemd. De meeste vlindersoorten beperken zich tot een aantal waardplanten.

Enkele voorbeelden:
–  groot en klein koolwitje: koolsoorten en andere kruisbloemigen, zoals damastbloem en koolzaad, Oost-Indische kers
–  klein geaderd witje: kruisbloemigen, zoals look-zonder-look en pinksterbloem
–  oranjetipje: look-zonder-look, pinksterbloem en judaspenning
–  citroenvlinder: vuilboom, wegedoorn
–  kleine vuurvlinder: schapenzuring, veldzuring
–  boomblauwtje: vuilboom, klimop, struikhei, hulst, wegedoorn, vlinderstruik en kattenstaart
–  icarusblauwtje: diverse klaversoorten zoals hopklaver, rolklaver en gewone rupsklaver
–  distelvlinder: diverse distelsoorten, kleine klis, kaasjeskruid en brandnetels
–  atalanta: grote en kleine brandnetel
–  dagpauwoog: grote brandnetel
–  kleine vos: grote brandnetel
–  gehakkelde aurelia: grote brandnetel, hop, iep, aalbes
–  landkaartje: grote brandnetel
–  koninginnenpage: schermbloemigen (vooral peen)
–  koevinkje: diverse grassoorten, zoals kropaar en gladde witbol
–  bruin zandoogje: diverse grassen
–  oranje zandoogje: diverse grassen
–  hooibeestje: diverse zwenk- en beemdgrassen, kamgras en reukgras
–  bont zandoogje: diverse grassen, zoals kweek en kropaar
–  argusvlinder: diverse grassen, zoals kropaar, beemdgras

Bron: De Vlinderstichting.

Hoe kun je waardplanten toepassen in je tuin?

De meeste waardplanten zijn inheemse soorten. Je kunt waardplanten in verschillende groenvormen in je tuin inpassen.

Bloemenweide

Heel wat waardplanten komen van nature voor in graslanden. Door een stukje van je gazon om te vormen tot een bloemenweide, kun je heel wat waardplanten in je tuin integreren. De meeste soorten kun je ook gewoon in een bloemenborder toepassen of in potten op je terras of balkon zetten. Zandoogjes en dikkopjes gebruiken grassen als waardplant.  Het Dcm Bloemenmengsel Vlinders is een mengsel van meer dan 30 verschillende bloemensoorten. De bloemenzaden zijn geselecteerd om vlinders aan te trekken in je tuin.

Droge bodems

Op droge bodems kun je gewone rolklaver (voor icarusblauwtje) en kruisbloemigen (voor witjes) inzaaien. Op natte bodems kun je kiezen voor pinksterbloemen.

Bomen, struiken of heesters, klimplanten
Vlinders houden van een gevarieerde begroeiing met veel structuurvariatie. Met bomen, struiken, klimplanten, hagen en heggen geef je structuur aan je tuin.

Brandnetel

Brandnetels zijn meestal niet zo’n geliefde planten in een siertuin. Omdat verschillende vlinders brandnetels als waardplant gebruiken, kun je toch ergens in een hoekje van je tuin een bosje brandnetels laten staan. Je bewijst er alleszins de kleine vos, de dagpauwoog, de atalanta, het landkaartje en de gehakkelde aurelia een dienst mee. Het landkaartje en dagpauwoog zullen vnl. brandnetels kiezen die op een vochtige plek in de halfschaduw groeien tegen een bomen- of struikenrand. Kleine vos verkiest brandnetels in de zon.
Brandnetels groeien voornamelijk op stikstofrijke plaatsen. Je kunt ze combineren met stinkende gouwe, geranium phaeum, hondsdraf, fluitenkruid, boterbloemen, … Zo krijgt je een heel aantrekkelijke, kleurrijke begroeiing met brandnetels. Nabij de composthoop schieten dikwijls vanzelf brandnetels op.

Waardplant en nectarleverancier in één
Pinksterbloem, look-zonder-look, damastbloem en judaspenning zijn behalve een nectarbron voor veel soorten dagvlinders ook waardplanten voor oranjetipje en klein geaderd witje. Ook distels zijn zowel waard- als nectarplant.

Voedsel voor vlinders – nectarplanten

Vlinders zijn verzot op nectar, de suikerrijke vloeistof die ze vinden in bloemen. Planten hebben er alle voordeel bij veel insecten aan te trekken, omdat die instaan voor hun bestuiving. Om zoveel mogelijk vlinders aan te trekken zijn er bloemen met verschillende kleuren, vormen en hoogtes.

Hieronder een aantal planten die uitblinken in het aantrekken van dagvlinders:

–  Vlinderstruik (Buddleja soorten)
–  Zinnia
–  IJzerhard (Verbena bonariensis)
–  Hemelsleutel (Sedum spectabile)
–  Herfstaster (Aster novi-belgii)
–  Koninginnekruid (Eupatorium purpureum)
–  Lavendel (Lavendula soorten)
–  Enkelbloemige afrikaantjes (Tagetes)

Opgedeeld per bloemkleur:

blauw
–  Maarts viooltje (Viola odorata)
–  Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
–  Vergeet-mij-nietje (Myosotis soorten)
–  Duifkruid (Scabiosa soorten)
–  Vlinderstruik (Buddleja davidii in soorten)
geel
–  Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare)
–  Klimop (Hedera helix)
oranje
–  Wilde tijm (Thymus serpyllum)
–  Verbena bonariensis (Verbena bonariensis)
–  Munt (Mentha soorten)
roze/rood
–  Adderwortel (Polygonum bistorta)
–  Echte koekoeksbloem (Lychnis flos-cuculi)
–  Engels gras (Armeria soorten)
–  Braam (Rubus soorten)
–  Dophei (Erica)
–  Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
–  Muskuskaasjeskruid (Malva moschata)
– Struikheide (Calluna)
–  Koninginnenkruid (Eupatorium purpureum ‘Atropurpureum’)
wit
–  Prunus (Prunus soorten)
–  Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)
–  Gewoon duizendblad (Achillea millefolium)
–  Vlier (Sambucus soorten)
–  Engelwortel (Angelica soorten)
–  Wilde bertram (Achillea ptarmica)

Nectarrijke planten, het hele jaar door…

Zorg ervoor dat er nectar van in het vroege voorjaar tot in de late herfst te vinden is in uw tuin. Tijdens de zomermaanden vinden vlinders genoeg voedsel, maar de vroege vlinders zoals kleine vossen en de late vlinders zoals atalanta’s en dagpauwogen hebben soms moeite om voldoende te eten te vinden.

In het voorjaar zijn wilg, sleedoorn, peperboompje en hazelaar belangrijke nectarleveranciers, evenals kruidachtige planten zoals groot hoefblad, longkruid, hondsdraf en krokussen. Er is een bloembollenmengsel met nectar-producerende bloemen speciaal voor vlinders.

In het najaar zijn hemelsleutel, koninginnekruid, laatbloeiende vlinderstruiken en klimop belangrijk.

Rottend fruit…lekker!

Appels, peren en pruimen die van je fruitbomen gevallen zijn, kun je gewoon op de grond laten rotten. Ze zijn een geliefkoosd toetje voor vlinders zoals de atalanta. Sommige vlinders drinken zelfs helemaal geen nectar, en leven enkel van sap van bomen en rottend fruit!

Een vlinder heeft meer nodig dan enkel nectar, ze hebben ook behoefte aan water, zouten en mineralen. Na een regenbui kun je vlinders neer zien strijken op een vochtige, modderige plek. Ze drinken dan van de vochtige grond en nemen zo water, zouten en mineralen op. Deze hebben ze nodig voor de feromoonvorming voor hun voortplanting. Ze halen deze stoffen ook uit rottend fruit, urine en mest van andere dieren.
Het is belangrijk om ook in je vlindertuin een vochtige plek te voorzien. Omdat je vlindertuin best in de zon ligt is dit niet zo eenvoudig. Er is een trucje om dit op te lossen:  zo kunt je een ondiep bord ingraven en opvullen met zand en grond. Wanneer je hierin water giet, houdt het bord dit water vast en blijft het zand veel langer vochtig, zelfs in de volle zon.

Tuininrichting- warmte en beschutting

Vlinders zijn koudbloedige dieren, ze kunnen hun eigen lichaamstemperatuur niet op peil houden. Om warm te worden zijn ze afhankelijk van de zon. Door met hun vleugels open te zitten vangen ze zoveel mogelijk zon op. Wanneer ze het warm genoeg hebben sluiten ze hun vleugels. Zodra hun lichaamstemperatuur ca. 20° is, kunnen ze vliegen. Wanneer het te koud is houden ze zich schuil op een beschut plekje en wachten tot het weer betert. Is het echt te warm dan zoeken ze een schaduwplekje op. Nectarrijke planten in de schaduw zullen dus enkel opgezocht worden wanneer het echt heel warm is.

Gewoonlijk zijn er voldoende beschutte plekjes in een tuin. Mensen creëren dergelijke plekjes ook voor zichzelf door hagen, muren of schuttingen aan te brengen. Om die plekjes extra interessant te maken, kun je aan de voet van de muur of haag verschillende nectarrijke planten zetten.

Structuur en variatie

Vlinders gebruiken planten in je tuin als herkenningspunten. Wanneer je grote bloemenperken hebt met maar één soort plant erin, vliegen vlinders verloren. Vlinders hebben behoefte aan een gestructureerde en gevarieerde omgeving, afwisseling van hoge en lage planten, bomen, struiken, kruiden, een stukje gazon…

Overwinteringsplaatsen

Elke vlindersoort heeft zijn eigen methode om de winter door te komen; als eitje, rups, pop of vlinder.
Sommige soorten zoals de atalanta en de distelvlinder zoeken in de winter zonniger oorden op en vliegen naar het warme zuiden. In het voorjaar keert een nieuwe generatie weer terug.
De dagvlinders die als vlinder hier overwinteren (citroenvlinder, grote vos, kleine vos, dagpauwoog…) zoeken een beschut plekje op zoals een zolder, een holte in de grond, een schuurtje, een holle boom of een houtstapel. De citroenvlinder gaat gewoon aan de bladeren van groenblijvende planten hangen zoals klimop of hulst.
De meeste vlinders overwinteren als rups. Je kunt hen al vroeg in het voorjaar zien (koninginnepage, landkaartje, oranjetip).

Eitjes, rupsen en poppen zitten tussen planten, tussen uitgebloeide stengels, in het strooisel onder dorre bladeren, in het gras of in de grond. Begin je tuin dus zeker niet op te ruimen voor de winter. In een kale, schoongeharkte tuin kan geen vlinder overwinteren. Laat al het dode plantenmateriaal tot in de lente staan. Wat er daarna overblijft, kun je versnipperen en tussen de overblijvende beplanting laten verteren.

Vlinderkast- zin of onzin

Op diverse plaatsen zijn vlinderkasten te koop. Door de verticale sleuven kunnen vlinders een ongestoord rustplekje opzoeken voor de nacht en voor de winter. In praktijk blijkt dat voornamelijk spinnen en allerhande kleine insectjes de weg naar de vlinderkasten vinden, maar dat je er zelden een vlinder in ziet.
Bron: Velt & Natuurpunt.

Hieronder enkele beschrijvingen van veel voorkomende vlinders:

Atalanta (Vanessa atalanta)

Atalanta vlinder

Herkenning: onmiskenbare zwarte vlinder met een brede oranje band op elke vleugel en witte vlekken op de toppen van de voorvleugels.
Waardplant: grote brandnetel, soms kleine brandnetel.
Standplaats: jonge planten op vochtige maar warme plaatsen.
Nectar: verschillende kruiden, in het najaar ook op rottend fruit en sap van bomen, o.a. vlinderstruik,  koninginnekruid, distels, klimop, …

Dagpauwoog (Inachis io)

Dagpauwoog vlinder

Herkenning: onmiskenbare soort met dieprode kleur en een grote blauwe oogvlek op elke vleugel.
Waardplant: grote brandnetel.
Standplaats: voornamelijk op jonge planten op licht beschaduwde plaatsen.
Nectar: verschillende bloemen, o.a. vlinderstruik, akkerdistel, paardenbloem, …

Distelvlinder (Vanessa cardui)

Distelvlinder

Herkenning: grote oranje vlinder met zwarte vleugeltop met witte vlekken. De onderkant van de vleugels is lichtbruin met een complexe tekening, een rozige zone en witte vlekken.
Waardplant: akkerdistel, gewone klit, grote brandnetel en andere soorten.
Standplaats: liefst in een lage vegetatie in de zon.
Nectar: verschillende nectarplanten, o.a. vlinderstruik, akkerdistel, koninginnekruid.

Koninginnenpage (Papilio machaon)

Koninginnenpage

Herkenning: onze grootste inheemse vlindersoort. Opvallend geel met een zwarte tekening. De achtervleugel loopt uit in een staartje. Op de rand van de achtervleugel staan verschillende blauwe vlekken en 1 rode.
Waardplant: wilde peen en enkele andere schermbloemigen.
Standplaats:  liefst op waardplanten die boven de vegetatie uitsteken of op een beschutte plek.
Nectar: allerlei kruiden, o.a. rode klaver, vlinderstruik, akkerdistel.

Kleine vos (Aglais urticae)

Kleine vos

Herkenning: oranje vlindertje met zwarte en gele vlekken op de voorvleugel. De achterrand van de vleugels heeft blauwe vlekjes. De onderkant is donkerbruin.
Waardplant: grote brandnetel.
Standplaats: jonge planten op zonnige, droge standplaatsen in open vegetaties.
Nectar: allerlei bloemen en kruiden.

Klein koolwitje (Pieris rapae)

Klein koolwitje

Herkenning: typisch ‘witje’ met een weinig zwart op de vleugeltoppen en twee zwarte vlekjes op de voorvleugels. Het groot koolwitje lijkt hier sterk op, maar is een heel pak groter en het zwart op de vleugeltoppen loopt tot onder het zwart voorvleugelvlekje.
Waardplant: koolsoorten, look-zonder-look en vele andere kruisbloemigen.
Standplaats: liefst kleinere planten in open vegetatie op half beschaduwde plaatsen vb. tegen bosranden of langs hagen.
Nectar: allerlei nectarplanten, o.a. vlinderstruik, kool, akkerdistel, …

Groot koolwitje (Pieris brassicae)

Groot koolwitje

Herkenning: relatief groot witje met opvallende zwarte vleugeltoppen en grote zwarte vlekken op de voorvleugels. Heel wat groter dan het klein koolwitje, waarbij het zwart op de vleugeltoppen beperkt is.
Waardplant: kruisbloemigen, liefst grotere soorten. Soms op koolsoorten in de moestuin.
Standplaats: op de onderkant van beschaduwde bladeren.
Nectar: verschillende bloemen en kruiden, o.a. rode klaver, vlinderstruik.

Terug naar


Informatieoverzicht

Delen